De zomervakantie ligt weer achter ons, en wat voor één. Velen bleven thuis, omdat ze het niet aandurfden op vakantie te gaan vanwege het corona-virus. Anderen gingen er wel op uit, maar minder ver. Zelf gingen we naar Zuid-Holland. Dat was al gepland, maar dat vond ik nu zeker niet erg. Wij stonden op de camping. En het fijne aan de camping is: je bent de hele dag bezig, en je doet niks. Voordat je in de kleren bent, ontbeten hebt, voor de eerste keer die dag de afwas hebt gedaan en goed en wel aan de koffie zit is het al gauw elf uur geweest. Heerlijk. De dag glijd in rust voorbij. En tijdens de vakantie neem ik mezelf dan altijd voor dat ik die rust vasthoud. Juist ook na de vakantie, als alles weer begint, werk, school, hobby’s, sociale verplichtingen. Het lukt nooit zo goed als ik hoop. En toch doet het goed om af en toe even tot rust te komen, op adem, om daarna weer verder te kunnen, met nieuwe energie.

Er zijn ook veel mensen die de zomer anders ervaren, zo weet ik. Het is stil, nog altijd weinig bezoek en contact uit angst voor dat virus, en als kinderen en andere familie dan wel van huis zijn, is het als je ouder bent, of kwetsbaar, misschien wel veel té rustig tijdens de zomerperiode. Dan is het fijn dat september weer aanbreekt, en iedereen weer in de buurt is, en je weer wat meer mensen kunt spreken.
En misschien heb jij wel doorgewerkt in de zomer, omdat je probeert met je bedrijf nog wat goed te maken van een verloren voorjaar, of omdat het juist hartstikke druk is op jouw werk. Ik hoop dat je dan in de komende tijd nog wat rust kunt pakken.

Maar hoe kom je dan goed tot rust? En dan bedoel ik niet de rust van de eenzame stilte, en ook niet de rust die vervliegt zodra je thuis weer begonnen bent. Ik bedoel rust die blijft, die in je hart, in je ziel gaat zitten, die je helpt om door dit leven heen te bewegen, zonder angst.
In de Sionskerk zijn we begonnen met het Johannes-evangelie. En in Johannes 1 vers 18 staat een heel onopvallend zinnetje: ‘Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.’ Het gaat me nu even niet om dat hele vers, maar om die ene eigenschap van Jezus. Jezus rust aan het hart van de Vader. Toen mijn kinderen nog kleiner waren was dat de plek waar ze het liefst sliepen, bij mij, of mijn vrouw, op de borst, tegen ons hart aan. Jezus rust zelf bij God op schoot, zou je kunnen zeggen, tegen de boezem, stelt een andere vertaling. Want blijkbaar, vind je daar rust om het leven aan te kunnen.

Aan de start van dit seizoen gun ik je, dat je regelmatig daar even kunt gaan zitten. Bij God op schoot, aan Zijn hart. Door even stil te worden, te bidden, iets uit Gods Woord te lezen, en zo God te beter te leren kennen. Geloof me, het lukt mij ook niet elke dag, maar op de momenten dat het me wel lukt, ervaar ik de rust, en vind ik de kracht om weer verder te gaan. Rust aan het hart van de Vader. Dat wens ik je toe.

Jeroen Knol

Terug naar nieuwsoverzicht